Posts Tagged ‘Het Juristenhuys’

Nieuwe Vakantiewetgeving

Per 1 januari 2012 zal nieuwe Vakantiewetgeving van kracht zijn. De vervaltermijn van vakantiedagen gaat hiermee omlaag. Hieronder in het kort de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten, zodat u hier uw voordeel mee kan doen.

Vakantiedagen opnemen

Werknemers moeten vanaf 1 januari 2012 hun wettelijke vakantiedagen (20 dagen bij een fulltime baan) binnen anderhalf jaar opnemen. Het wettelijke vakantiesaldo is te berekenen door de wekelijkse arbeidsduur per week met vier te vermenigvuldigen. Iemand die 40 uur werkt heeft dus 160 wettelijke vakantie uren.

Niet opgenomen wettelijke vakantiedagen vervallen een half jaar na het einde van het kalenderjaar. De vervaltermijn geldt overigens niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen. Werkgever(s) en werknemer(s) kunnen in onderling overleg besluiten de termijn te verlengen.

Buiten de regeling
Boven wettelijke/extra vakantiedagen (boven de maximaal 20 wettelijke dagen) vallen buiten de nieuwe regeling. Voor deze dagen blijft een verjaringstermijn van vijf jaar gelden. Hiervoor geldt dus een andere termijn. Zaak is dus onderscheid te maken tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen in het administratie en verlofsysteem.

Zwangerschapsverlof en vakantie tijdens ziekte
Aandachtspunten in de nieuwe wetgeving zijn zwangerschapsverlof en vakantie tijdens ziekte. In de nieuwe vakantiewetgeving is geen uitzondering op de vervaltermijn van zes maanden opgenomen voor werkneemsters met zwangerschapsverlof.
Ook wijzigt de wet als het gaat om het opnemen van vakantie tijdens ziekte. De wet stelt dat de gebruikte vakantiedagen volledig worden afgeschreven.

Advies:
Werkgevers moeten vooral letten op de verlofadministratie, want tussen 2012 en 2017 zijn er drie soorten vakantiedagen:
1. De dagen opgebouwd voor 2012 (vervaltermijn maximaal 5 jaar),
2. Wettelijk minimum aantal vakantiedagen (vervaltermijn 6 maanden), en
3. Bovenwettelijke vakantiedagen (5 jaar).

De komst van de nieuwe vakantiewetgeving, betekent dat werkgevers hun verlofregistratiesysteem zullen moeten aanpassen. Er moet onderscheid gemaakt kunnen worden tussen het opnemen van wettelijke minimumvakantiedagen (met een verval- of verjaringstermijn) en het opnemen van bovenwettelijke vakantiedagen (met verjaringstermijn). Ik weet niet of dit bij jullie ook al geregeld is, maar anders is dit van zeker van belang.

Ander belangrijk aandachtspunt: 
In de wet staat (nog?) niet dat het niet mogelijk is ook over die dagen andere afspraken te maken. Het oprekken van de termijn zou dus onderdeel van (CAO-)onderhandelingen kunnen worden.

Als u nog vragen heeft over de regeling of andere andere arbeidsrechtelijke of juridische vragen, neem dan contact met ons op.

Leuker kunnen we het soms wel maken
De Belastingdienst maakt het soms wèl leuker voor ondernemers. Er zijn een aantal aftrekposten die vaak worden vergeten. Dit zijn de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, en de mkb-vrijstelling. Als ze goed worden toegepast levert het een aardig belastingvoordeel op, dus zonde om ze te laten liggen. Hieronder heb ik ze in het kort beschreven, zodat u er uw voordeel mee kan doen.

De zelfstandigenaftrek
Deze geldt voor zelfstandigen en niet voor directeur grootaandeelhouders (dga’s). De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de gemaakte winst zoals u kunt zien in de tabel hieronder. Er zijn een aantal voorwaarden:
1. U moet voldoen aan het urencriterium. Dit houdt in dat u jaarlijks minimaal 1.225 uur aan uw bedrijf besteedt. Ook als u een deel van het jaar gewerkt hebt als zelfstandige geldt het aantal van 1.225 dus dit is niet naar rato.
2. U mag niet meer zelfstandigenaftrek toepassen dan het bedrag van de winst, behalve als u in aanmerking komt voor de startersaftrek. Het bedrag aan zelfstandigenaftrek dat u niet kunt aftrekken, mag u verrekenen in de volgende 9 jaar.
3.  Startende ondernemers mogen de zelfstandigenaftrek (inclusief de startersaftrek) nog wél gedurende drie jaar verrekenen met ander box 1-inkomen.
4. Als u aan het begin van het kalenderjaar 65 jaar bent, dan is de zelfstandigenaftrek 50% van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers die aan het begin van het kalenderjaar nog geen 65 jaar zijn.
Tabel Zelfstandigenaftrek 2011

Tabel Zelfstandigenaftrek 2011
Winst Zelfstandigenaftrek
€ 0 tot € 14.045 € 9.484
€ 14.045 tot € 16.295 € 8.817
€ 16.295 tot € 18.540 € 8.154
€ 18.540 tot € 53.070 € 7.266
€ 53.070 tot € 55.315 € 6.633
€ 55.315 tot € 57.565 € 5.931
€ 57.565 tot € 59.810 € 5.236
€ 59.810 of meer € 4.602

De startersaftrek
De startersaftrek in 2011 bedraagt € 2.123. Deze mag u onder voorwaarden maximaal 3 jaar na het starten van de onderneming toepassen. Hiervoor komt u alleen in aanmerking als u ook voldoet aan de regels voor de zelfstandigenaftrek. Hierbij geldt dus het zelfde urencriterium van 1.225 uren zoals bij de zelfstandige aftrek. Hier wordt vaak van gedacht dat dit ook naar rato kan worden toegepast, maar dat is niet het geval.

De Mkb-vrijstelling
De Mkb-vrijstelling bedraagt 12% van de winst. Dit is de winst ná aftrek van andere aftrekposten, zoals zelfstandigenaftrek.

Oudedagsreserve
Als ondernemer kunt u de oudedagsreserve toepassen als pensioenvoorziening. Voordeel is dat uw geld in de onderneming blijft omdat ze op de balans blijft staan. Wel is het gevaar dat de reserve gebruikt wordt voor andere zaken dan pensioen, waardoor een pensioen tekort ontstaat. U mag elk kalenderjaar 12% van uw winst als aftrekpost aan de oudedagsreserve toevoegen. Dit bedrag mag echter niet boven de € 11.882 uitkomen.

Nu weet u een aantal belangrijke posten waar u rekening mee kunt houden en die het leuker maken om te ondernemen. Indien u meer wil weten over aftrekposten of andere juridische of fiscale zaken dan kunt u contact met ons opnemen.

Gratis kennis-sessies

Op veler verzoek starten we weer met onze gratis kennis-lunch-sessies. Lees meer...
Blog-archief